ARDENNES-COTICULES

UNIEKE SLIJPSTENEN UIT DE BELGISCHE ARDENNEN

OVER

Ardennes-Coticule, gesticht in 1998, zet de bedrijvigheid voort waarmee de eerste uitbater, Burton, in 1865 is gestart. Dit houdt in zowel de uitbating van de leisteengroeven en mijn als de productie en verkoop van leisteen voor verschillende toepassingen.
 
Tot 1865 werd de pro­duc­tie voor­na­me­lijk ge­daan in lo­ca­le boer­de­rij­en in de streek van Vielsalm en Lier­neux, Bel­gië. Boe­ren zoch­ten en ver­za­mel­den ste­nen op het veld en trans­for­meer­den ze in wet­ste­nen. De he­le fa­mi­lie werd hier­voor in­ge­scha­keld. De­ze wet­ste­nen wer­den ge­bruikt om hun scheer­mes­sen, mes­sen, scha­ren, bij­len, bei­tels, enz. te slij­pen.
 
Na 1865 wer­den de Co­ti­cu­le-ste­nen ook be­kend bui­ten de­ze re­gio. Dit is ook het mo­ment dat Me­vr. De­ni­se Bur­ton-Wal­rant haar man ver­loor op erg jon­ge leef­tijd, waar­na ze be­slis­te om een be­drijf op te rich­ten, ge­naamd Bur­ton. Haar be­drijf tel­de 10 ar­bei­ders. Ze huur­de vel­den om ste­nen te ver­za­me­len. Door haar dy­na­mi­sche per­so­na­li­teit wil­de ze haar be­drijf uit­brei­den bui­ten de gren­zen van Bel­gië. Tot 1900 was het mo­ge­lijk om haar ste­nen ook te ver­ko­pen in Bel­gië, Duits­land, Frank­rijk, Ita­lië en En­ge­land. Dit is hoogst uit­zon­der­lijk om­dat er bij­na geen mo­ge­lijk­heid was om goe­de­ren te trans­por­te­ren. De eni­ge trans­port­ver­bin­ding met Luik was de spoor­lijn Luik – Luxem­burg met als plaat­se­lijk sta­ti­on Vielsalm. Dank­zij haar in­span­nin­gen vond dit klein dorp zijn meest waar­de­vol­le ex­port pro­duct. Dit is iets waar de be­wo­ners van de­ze streek erg trots op zijn.
 
In 1901 nam haar zoon het bedrijf over. Hij bouwde de huidige werkplaats. Eén van de meest belangrijke realisaties was de installatie van de eerste elektriciteitscentrale in Lierneux. Deze centrale produceerde niet enkel elektriciteit voor publieke verlichting en de huizen van de locale bevolking maar voorzag ook elektriciteit aan de nieuwe machines in de werkplaats. De productie steeg enorm en daarom kocht Mr. Burton kleine steengroeven in Regné, Bihain en Thier del Preu.
 
Tussen WOI en WOII, bereikte het bedrijf één van zijn pieken. In die periode nam Mevr. Burton-Grandjean de leiding van het bedrijf op zich. Op dit moment had ze de mogelijkheid om 20 arbeiders te betalen in de groeven en 32 in het atelier. Het bedrijf was nu de belangrijkste werkgever in dit gebied.
 
In 1954 namen twee broers en nazaten van de familie, Prosper en René, Burton over. Zij verkochten wetstenen over bijna heel de wereld, Europa, USA, Saudi Arabië, Egypte, Congo, India, Mexico, Argentinië en Chili. Enkele jaren later begon de firma Burton concurrentie te voelen. Elektrische scheermachines en artificiële wetstenen kwamen op de markt. René stierf in 1979 en Prosper werd de enige eigenaar van het bedrijf. Burton telde toen nog 2 arbeiders in de groeve en 2 in de atelier. Nadat ook Prosper stierf in 1982 en 117 jaar nadat de familie het bedrijf had opgestart, stopte ook de productie. Jammer genoeg waren ze niet opgewassen tegen nieuwe technologieën zoals nieuwe scheertoestellen en veranderingen in de levenswijze van families. Vervolgens vonden ze ook geen manier om aan hun wetstenen een extra waarde te geven zodat ze naast hun concurrenten konden voort bestaan.
 
Doch moet erkend worden dat de rode draad doorheen de geschiedenis van deze familie is dat ze erg hard hebben gewerkt om de Coticule beroemd te maken en daardoor bleef de welbekende kwaliteit in het collectieve geheugen van vele mensen.
 
PRODUCTEN
 
La pierre de Vielsalm, de Coticule is een natuurlijke wetsteen met een rijk verleden. De ontginning en productie van de Coticule in de Belgische Ardennen gaat terug tot de 17de  eeuw. Het is een gedurende 480 miljoen jaren gevormd sedimentgesteente bestaande uit grijsgele vulkanische assen en klei waarin zich harde granaten bevinden. Deze Spessartiet  Granaten zijn ontstaan door een herschikking van mineralen onder invloed van een regionaal metamorfisme. Door de grilligheid van de natuur komt de Coticule slechts in dunne verticale lagen voor, ingesloten tussen brede lagen blauwpaarse leisteen. Hierdoor moet het ontginnen ervan zeer minutieus en hoofdzakelijk zonder inmenging van machines gebeuren. Deze ontginning is een zeer tijdrovend, arbeidsintensief en kostelijk werk dat onder invloed van allerhande weersomstandigheden slechts enkele maanden per jaar kan plaatsvinden. De productie is 100% artisanaal en maakt van elke steen een uniek exemplaar.
 
De Belgische slijpsteen is samengesteld uit 30 à 42% granaten aaneengebonden door Mica. Het is aan deze granaten dat de Coticule zijn uitzonderlijke slijpeigenschappen te danken heeft. De geometrische vorm van deze granaat is een dodecaëder. Dit zijn twaalf vlakken aaneen verbonden met stompe hoeken. De granaten hebben een diameter van 5 à 15 micron en penetreren 1 à 3 micron in het te slijpen metaal. Deze ideale geometrische vorm (stompe hoeken polijsten het metaal) en de talrijke aanwezigheid van deze granaten zorgen ervoor dat er tegelijk zeer snel en uiterst fijn wordt geslepen. Dit resulteert in slechts enkele minuten tot een vlijmscherpe snede en dit voor eender welk te slijpen voorwerp.
...Lees meer
Filters Filters
Pagina 2 van 2